Spoelder AK

Financieel-fiscaal nieuws

16-05-2019
Aftrek dieetkosten

16-05-2019
Non-concurrentiebeding in tijdelijk contract

09-05-2019
Afzien van vergoeding door vrijwilliger

09-05-2019
Wetsvoorstel implementatie aanpassingen btw-regelgeving

09-05-2019
Fictieve erfrechtelijke verkrijging woonhuis

02-05-2019
WOZ-waarde appartement verlaagd door gelijkheidsbeginsel

02-05-2019
Directe ontbinding arbeidsovereenkomst

02-05-2019
Verkorting betaaltermijn grote bedrijven in zicht

02-05-2019
Transitievergoeding en ontbinding slapend dienstverband

Meer nieuws

Twee appartementen vormen niet samen een eigen woning

Een eigen woning is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de belastingplichtige, of personen die tot zijn huishouden behoren, anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van eigendom. Een belastingplichtige kan slechts één eigen woning in de zin van de Wet IB 2001 hebben. Er kan tijdelijk sprake zijn van twee eigen woningen, wanneer de “oude” eigen woning leeg staat in afwachting van verkoop of wanneer een woning is aangekocht en leeg staat of in aanbouw is in afwachting van bewoning op een later moment.

De vraag in een procedure was of twee naast elkaar gelegen appartementen tezamen één eigen woning konden vormen. Beide appartementen waren eigendom van dezelfde belastingplichtige en werden door de belastingplichtige en diens gezin gebruikt. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een eigen woning omdat de appartementen bouwtechnisch zelfstandige woningen waren, die elk over een eigen voordeur en eigen voorzieningen zoals een keuken, een badkamer en een toilet beschikten. Een doorgang tussen de appartementen was er niet. De hal waar de voordeuren van de appartementen op uitkwamen was via de lift en het trappenhuis toegankelijk voor derden. Dat betekende dat de hal onderdeel was van de gemeenschappelijke ruimten van het appartementencomplex.

De rechtbank was verder van oordeel dat het voornemen om een doorgang tussen beide appartementen te maken niet van beide bestaande en bewoonde appartementen een woning in aanbouw maakte. In hoger beroep onderschreef het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het hof ongegrond verklaard.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2019452, Nr. 18/02422 | 04-04-2019

Terug